Wat dan wel ?

schermafdruk-2018-03-02-11-38-15

1. waar gaat het om bij de Scheveningseweg?
De vraagstelling van de wethouder aan de Denktank was hoe het spoor te vervangen met zo min mogelijk verlies aan bomen. De wethouder gaat ervan uit dat op het spoor al het materiel zal moeten kunnen rijden.

2. hoe relevant zijn de huidige bomen voor de spoorvervanging Scheveningsweg?
Het huidige bomenbestand is grotendeels aangeplant begin jaren ’80 toen door inspanningen van de toenmalige wethouders Verduyn Lunel en Vlaanderen er gekozen is voor spoor op betonpoeren in een open berm en waarlangs een grote rij jong-volwassen kastanjes zijn geplant. Dat heeft de toitaal verbrokkelde Scheveningseweg een nieuw samenhangend sterk beeld gegeven.
Sindsdien heeft de Scheveningseweg het romantische beeld van een tweetal door bomen begrensde ‘groene tunnels’: één voor het wegverkeer en één voor het tramverkeer. Een langgerekt romantisch beeld dat naadloos past bij de villabebouwing in het ‘Scheveningse’ deel, bij de park-muur van Zorgvliet en de ongerepte bosjes langs het haagse deel. Een beeld dat in 35 jaar tot wasdom is gekomen. Er staan nu een groot aantal bomen (beuken, iepen en linden van meer dan 100 jaar oud) die met een betonnen strook in de verschoven ligging van het collegevoorstel niet gehandhaafd kunnen blijven eenvoudigweg omdat meer dan 25% van hun wortels afgezaagd moet worden om het cinet (zandlichaam) aan te brengen.

Een deel van de 35 jaar geleden aangeplante kastanjes blijkt in meer of mindere mate aangetast. Maar bomen-expert Copijn –die betrokken was bij de aanplant in de jaren ‘80– heeft hierover voor de AVN een rapport gemaakt. Op basis van ervaringen is hij optimistischer over de toekomstverwachtingen van de kastanjes door eenvudigweg regelmatig voedsel toe te dienen.
Het huidige beeld wijkt volledig af van de gravures en tekeningen van de oorspronkelijke aanleg van de Scheveningseweg. De 17e eeuwse ‘wildernis’ tussen Noordeinde en Keizerstraat bestond uit ongerept duingebied met galgenveld en uitzichtpunt waartussen de poort, tolhuis, stuifduinenrijen en bomenrijen de Scheveningseweg markeerden als infrastructurele ingreep.
Veel delen van poort, stuifduinen en bomenrijen zijn sindsdien nog slechts met moeite herkenbaar of verdwenen. De huidige ‘groene tunnels’ gevormd door de bomenrijen dragen de identiteit van de Scheveningseweg. Rooien van de grote bomen tussen weg en spoor zouden een onvoorstelbaar verlies betekenen.

3. waarom voldeed dat ‘poerenspoor’ uit de jaren ‘80 niet meer?
Het ‘poerenspoor’ is aangelegd omdat het gemeentebeleid destijds rails én bomen wilde combineren aan de Scheveningseweg. Het ‘poerenspoor’ voldoet nu niet meer omdat de poeren op niet-aangetrilde zandlagen liggen, er plaatselijk verschuivingen en verzakkingen zijn geweest maar de nastelmogelijkheden om dit aan te passen veel te gering zijn. In de tussentijd hebben de aangeplante bomen hun wortels uitgebreid tussen die poeren in. Er is een open berm ontstaan waarin de bomen wortelen en waarin de rails puntsgewijs worden ondersteund door al dan niet verzakte poeren.

4. hoe relevant is de aanschaf van materiëel bij de besluitvorming over de vervanging van het spoor langs de Scheveningseweg?
Er is groot verschil in gewicht en breedte van het rollend materiëel. Wanneer we modern breed materiëel willen laten rijden moeten de middenmasten voor de bovenleiding ertussenuit of moeten de sporen iets uit elkaar gelegd.
Wanneer we modern zwaar materiëel willen laten rijden moeten we het draagkrachtig vermogen daarop berekenen. Omdat de poeren sowieso vervangen moeten worden is dat geen probleem.

5. welk voor-werk was er gedaan door HTM en IbdH voor de start van de Denktank?
Een groep heeft zich afgetekend die van meet af aan op zoek was naar minimale aantasting bestaand wortelpakket (vanwege behoud van ‘alle’ bomen) en versterking van stabiliteit en belastingcapaciteit van het spoor.
Deze bevragende groep heeft bij voortduring naar feiten, gegevens en onderzoek gevraagd. De wijze en tempo waarop dit is opgepakt door HTM en IbdH heeft tot slepende verlenging van de Denktank geleid volgens sommigen. Dat kan echter nooit een verwijt zijn aan de personen die vragen hebben gesteld over de onbewezen aannames die werden gepresenteerd als feiten. Zonder feitelijk vooronderzoek levert een Denktank immers alleen ongefundeerde opinies.
Zo bleek het poerenspoor anders in elkaar te zitten dan gepresenteerd, is er inmiddels enig –maar nog onvolledig– inzicht in het wortelpakket van de bomen, zijn er teveel tegenstrijdige opvattingen over de gezondheidstoestand en kansen van het bomenbestand en is er geen inzicht in draagkracht van de bodem of verontreiniging ervan.

6. en, kloppen die lijstjes in het collegevoorstel wel van de verschillende varianten en de te kappen bomen?
Helaas klopt dat lijstje aanwijsbaar niet. In het collegevoorstel is een op het eerste gezicht handzaam lijstje opgenomen: voor elke variant staat aangegeven hoeveel bomen er wel verplant, gekapt en vervangen zouden moeten worden. Het collegevoorstel (verschoven ligging, betontracée) is veel te gunstig voorgesteld –en het alternatief DD2 (puntvormige rail-ondersteuning in volle grond) – is veel te ongunstig voorgesteld. Ook is het DD2 alternatief in het collegevoorstel gehéél anders voorgesteld dan in de Denktank: peren en appels.
Door het graafwerk voor het cunet (zandbed) van het collegevoorstel sneuvelen de meeste wortels van de bomen tussen weg en spoor –óók van de lindes aan de Scheveningse zijde en óók van de 25 bijzondere bomen.
Door onduidelijk te blijven over gehanteerde criteria is er een schijnduidelijkheid verschaft die de kwaliteit van de besluitvorming benadeelt. En begin volgend jaar een enorme impact zal hebben op ieders stadsbeeld.
Het zal gaan als bij de aanpak van de Nieuwe Parklaan waar uiteindelijk geen boom bleef staan.

7. risicobeheersing tussen plan en oplevering
In de Denktank zijn tussen april en december nogal wat aanvullende onderzoeken gedaan.
En één ding is zeker: tussen ‘engineering’ van een gekozen oplossing tot en met de oplevering zal nog veel meer aanvullend onderzoek moeten worden gedaan wil men niet herhalen wat er bij de Nieuwe Parklaan is gebeurd. Ook daar is een variant gekozen waarbij ‘zoveel mogelijk bomen behouden zouden worden’. Maar naarmate de uitvoering naderde werd duidelijk dat de meeste bomen weg moesten om allerlei uiteenlopende argumenten. Vanwege het aan te brengen zandbed (cunet), de aan te brengen betonnen keerwanden, vanwege ziekte of zwakke constitutie of vanwege het aaneengesloten betondek.

Tot die risicobeheersing behoren allerhande uitvoeringsfactoren. Hoe zeker is het dat het boomwortelpakket op 3, 5 meter afstand zorgvuldig en met kennis van zaken wordt ingekort zonder zijwortels mee te trekken en los te scheuren? Hoe zeker is het dat het nieuw brekerzandcunet niet hoeft te worden aangebracht waar nog dieper gelegen wortels lopen? Hoe zeker is het dat alle bestaande poeren gehandhaafd kunnen blijven aan de straatzijde? Hoe zeker is het dat alle af te voeren grond voor het cunet niet als verontreinigde grond hoeft te worden gekwalificeerd (vervuiling koperslijpsel en achtergrondvervuiling). Hoe zeker is het dat grote sparingen kunnen worden aangebracht om bodeminfiltratie te maximeren?

In de Denktank is nog steeds onduidelijkheid over naamgeving en conditie van de bomen (standaardmethode en classificering gemeente DH), over de gevolgen van de voorgestelde varianten en de risicoos voor de bomenrijen aan de Scheveningsezijde en boszijde. Dat kan leiden tot herhaalde discussie over nut en noodzaak van uiteindelijke kap.

De risicobeheersing van de varianten loopt enorm uiteen wanneer we het betrekken op het lot van de bomen. We gaan ervan uit dat de vraagstelling aan de Denktank impliceert dat we de risicoos voor de bomen beheersbaar moeten hebben.

8. zo min mogelijk aantasting van wortelpakketten
Zo min mogelijk verlies aan bomen en vervanging van het spoor betekent zoveel mogelijk het handhaven van wortelpakketten.
Hiertoe zijn twee varianten bedacht: één met een stalen fundering door het wortelpakket heen en één met betonstroken over de bestaande betonpoeren heen. In allebei de gevallen wordt er zo min mogelijk geroerd in de ondergrond en wordt alleen de bovenste laag aangepakt waar HTM onderhoud heeft gepleegd en waar de wortelgroei het kleinst is.

9. advies SOS Den Haag
We zijn sterk tegen het aanbrengen van kostbare diepe damwanden die onbeheersbare schade aan wortelpakketten met zich meebrengen.
We zijn sterk daarom ook tegen het roeren van de grond door het inbrengen van een nieuw zandcunet en toepassen van grondverbetering door verdichting.

Daarmee zijn de groeimogelijkheden van de lindes aan de Scheveningsekant, de kastanjes aan de haagse kant en de waardevollere oudere bomen aan de Bosjes kant geborgd.
Alignement in 1 lijn enigszins verschoven ivm mogelijkheden perrons en aanwezig bomenbestand in perrons (alignement optimaliseren door dwangpunten vast te stellen)

Middenmast voorkeur, los in de open grond-strook tussen de betonlopers.

a. laat U niet verleiden tot het idee van een gedeeltelijke 17e eeuwse reconstructie: er is nu alleen budget voor de spoorvervanging, níet voor het integraal herinrichten van de Scheveningseweg. Behoud dan het huidige, met veel investeringen opgebouwde sterke, romantische beeld. Afgelopen 35 jaar is het volgroeid tot wat we nu liefhebben langs die Scheveningseweg!

b. de levenskansen voor de bomen zijn zodanig gunstig dat intensieve kap onnodig is wanneer tenminste 80% van het wortelpakket intact kan blijven. En dat kan wanneer de oude poeren achterblijven en nieuwe poeren of palen ‘in de schaduw’ van de oude poeren worden geplaatst.

c. behoud en beheer de kastanjes zolang dat gaat (conform advies Copijn: de bomen zijn nu volwassen en weerbaarder dan jonge kastanjes).

d. laat U niet van de wijs brengen door handige vergelijkende overzichten van uw opties zolang niet is onderbouwd wat er staat! Het collegevoorstel gaat heel veel meer bomen kosten dan is aangegeven terwijl alternatief DD2 veel meer bomen met rust laat!

e. puntvormige ondersteuning van het spoor (met palen of poeren) verdient de voorkeur: de open bermen en de bomen blijven dan in de volle grond. Belasting op het spoor draagt af naar de diepere zandlaag en niet op de wortels. Wortelopdruk kan de rails niet opduwen. Dat is alternatief DD2.

f. laat U niet van de wijs brengen door niet-onderbouwde financiële indicaties. Een puntvormige ondersteuning met stalen buispalen van DD2 is maximaal 3 miljoen duurder dan het meest prijs-gunstige voorstel van het college.

g. de betonnen spoorstroken met verschoven ligging van het collegevoorstel maken aanpassing noodzakelijk bij het nu geprivatiseerde Tolhuis. De wethouder sprak over een eventuele verplaatsing ervan: die kosten zijnn niet begroot.

h. De Scheveningseweg maakt deel uit van de gebieden die onder de wet natuurbescherming (voorheen: de Boswet) vallen. Dit vereist een compensatie van hetb oppervlak van de betonnen spoorstroken.

j. maak een aangepast onderhoudscontract voor de HTM: dus niet afspreken dat de twee meter ter weerszijden van het spoor verantwoordelijkheid HTM wordt want dan gaan de bopmen allemaal alsnog weg!

k. wees bij Denktanks bedacht op de integriteit en inspanningen van de gemeentelijke diensten omdat zij bepalend zijn voor het aanleveren van feiten en gegevens. Wees bij denktanks bedacht op tot niets leidende escalatie en verdeeldheid onder belangengroepen, burgerorganisaties, burgervertegenwoordigers of experts.

 

pastedgraphic-1

pastedgraphic-2

pastedgraphic-3

pastedgraphic-4

schermafdruk-2018-03-01-13-41-45

schermafdruk-2018-03-01-13-43-14

 

facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail